maandag 11 juli 2011

Cultuurverschil

Gisteren is de open kerk op ons dorp van start gegaan. Mijn expositie lag al een tijdje klaar. Ik had foldertjes gemaakt omdat ik vragen kreeg als 'heb je al een visitekaartje?' en 'weten de mensen wel wie je bent?'. En omdat ik toch bezig was had ik ook twee posters gemaakt en laten lamineren. Altijd handig.

Dit alles, lieve mensen, omdat pr nu eenmaal een onderdeel van mijn vrijwiligersvak is. Niet omdat ik mezelf graag op straat zie hangen.

De middag ervoor had ik alles in de kerk neergezet. Het staat goed. Niet te veel aandacht vragend, maar wie binnenkomt en wat rond wil kijken heeft die mogelijkheid nu ook. Bovendien is het leuk voor de eigen kerkgenoten ('hé, die ken ik!') en kun je nog eens een goed gesprek voeren over de gedichten.

Tegelijkertijd merk ik het cultuurverschil tussen mijn eigen werk en het kerkenwerk. Hoezo poster? De kerk is open, daar gaat het om. Dat je een ander publiek binnen krijgt door uit te dragen dat er een expositie in je kerk is lijkt niet echt te landen. De krant inlichten om zo mee te doen in de serie exposities is nog een stap te ver. Zeker voor mij, want ik zit niet in het organiserende comité.

En zo kom ik weer terug op wat me al eerder opgevallen is tijdens mijn landelijke organisatiewerk...in de kerk is geen geld om iets op pootjes te zetten, mag geen reclame worden gemaakt voor personen, en mag niets worden verkocht. Alsof het manna voor musici, kunstenaars en grafische vormgevers uit de lucht komt vallen.

Mijn bijdrage aan de collecte is de laatste maanden naar een minimum gedaald. Ik moet mijn begroting toch op de één of andere manier een beetje rondkrijgen.Tongue out

Fiets

Ik heb iets met fietsen. Ik vind het een heerlijke manier van voortbewegen. De wind door mijn haren, de zon in mijn gezicht, de vogels die fluiten. Maar ook ploeteren met wind tegen, de regen die in mijn schoenen sijpelt. Fietsen is heerlijk elementair. Ik houd ervan.

Mijn eerste nieuwe fiets kreeg ik toen ik naar de middelbare school ging. Hij verhuisde mee naar mijn studie, heeft ontelbare keren in een kofferbak gelegen. Hij stond bij stations. Hij ging mee toen ik trouwde en is op het meest eenzame station middenin de polder gestolen. Kruiningen-Yerseke. Hoe verzin je het?

Omstreeks die tijd kregen we een erfenis die genoeg was voor twee nieuwe fietsen. Het werd de Giant Expedition. Fietsen die berekend waren op veel bagage en onregelmatig terrein. Ik fietste op en neer naar mijn werk. We trokken door Engeland. We kregen kinderen en de fiets versjouwde alles wat maar met kinderen te maken had, inclusief de kinderkarretjes op vakantie van huis uit. Ik leerde de kinderen fietsen en veilig fietsen terwijl ik ze binnen handbereik had. De Giant en ik hoorden bij elkaar.

Ondertussen werd de framemaat van de fietsen van de kinderen groter dan die van mijn Giant. De versnellingen in de handvaten waren niet meer te lezen. De kans dat mijn velgen doorgesleten waren en zouden springen kwam steeds dichterbij. Na al het strooizout deze winter kon ik nog maar op één versnelling fietsen zonder door te trappen. Mijn achterband had ik het laatst half jaar al drie keer achter elkaar geplakt. En toen kwam het moment dat ik naar mijn werk zou fietsen. Niets bijzonders. Halverwege mijn woon-werkroute kreeg ik weer een lekke band. Ik moest drie kilometer lopen met prachtig weer. Dat was niet erg, en ik was op tijd voor mijn afspraak. Maar ik had het wel gehad met mijn fiets. Ik wilde een ander. Ik ruilde de fiets in voor de Koga Myata van mijn zoon en ging op zoek naar een ander.

Toen ik die week door het winkelcentrum liep zag ik een mooie fiets staan. Een Santos. Het was liefde op het eerste gezicht. Helaas heb je daar niet zoveel aan als je budget beperkt is en Santosfietsen prijzig zijn! Mijn man verdiepte zich in het aanbod op marktplaats. Er kwamen allerlei leuke fietsen langs. Jan Janssen, Koga Myata...maar de Santos zat er niet tussen. Tot vorige week. Het was een wat ouder model met weinig kilometers op de teller, en we konden hem betalen. Vandaag gingen we met het hele gezin naar Alkmaar om te winkelen en daar de fiets op te halen. De eerste meters bevielen me prima, de fiets zag er prachtig uit.

Santos en ik. Eens kijken of we een goed stel worden samen.

woensdag 2 februari 2011

Punten scoren

Ik zing graag. Als ik leeg op koor kom, ga ik vol energie weg. Ik klets en lach met mensen, stop met nadenken over mijn werk, ga weer over op buikademhaling, ontspan. Zingen doet iets met je. Als ik een poosje niet zing gaat mijn stem in rap tempo achteruit. Zingen is vergelijkbaar met sporten.

Mijn zoon zingt niet. Hij voetbalt. Pas als zijn favoriete band op Concert at Sea speelt hoor ik hem zingen. Zowel zingen als sporten is goed voor een mens.

Mooi, denken mijn bloglezers. Vooral blijven zingen en zet een punt achter je blog.

Maar er is meer. Want om alleen te zingen ga ik de deur niet uit. Ik ontmoet die avond mensen die ook graag zingen, maar die mensen doen meer. Ze hebben een baan of nog een andere hobby, of allerlei ontwikkelingen in gezondheid of gezin. Rondom de repetitie delen we dat met elkaar. En zo gebeurt het dat ik naast het zingen leer, meeleef en een luisterend oor vind.

Dat is fijn, denken mijn bloglezers. Het sociale netwerk werkt. Vooral blijven zingen. En zet nu die punt.

Er is nog meer. Een koor zingt niet alleen om te repeteren. Een koor zingt om ergens op een podium te stralen. Om publiek te krijgen dat naar het podium kijkt is het van belang om een boeiende avond te vullen. Zomaar twintig liedjes zingen waarbij het publiek in zijn programmaboekje alvast doorbladert naar de laatste bladzijde gaat niet werken. Die tijd is al lang geweest. Het moet echt zijn, dynamisch, enthousiast of betrokken. Theater is een groot woord, maar het oog wil nu eenmaal ook wat.

Prachtig, ze maken er wat moois van. Ga zo door. Punt.

Wat wil je nog meer? Een koor staat niet zomaar op een podium. Een koor moet gemanaged worden. Dat heet dan een bestuur. Dat bestuur stuurt op talentontwikkeling. Van zangers, muzikanten, solisten, technici, planners. Ze zorgt voor repertoire en ontwikkelt een toekomstvisie. Het koor als bedrijf. Het bestuur als management. Zelfs projectmatig werken en thuiswerken behoren tot de mogelijkheden. Een enkeling groeit door richting de professionele muziekwereld.

Oh help, gaan we zo beginnen. Ik wil gewoon een avondje lol hebben en niks meer. Punt!

Het zingen is, net als sporten, in deze doorgedraaide wereld een soort vast rustpunt. Je doet energie op, bouwt een sociaal netwerk, maakt je hoofd even leeg. Als je wilt kun je je nog niet benutte talent inzetten.

Maar vinden koor en sport en de rustzoekende wereldburger elkaar wel?
Om je alvast een beetje op weg te helpen hieronder wat adressen van koren. Deze 119 koren uit heel Nederland doen in 2011 mee aan Middelburg Vól-koren.
http://middelburgvolkoren.nl/index.php?option=com_comprofiler&task=usersList&listid=30&Itemid=145

vrijdag 28 januari 2011

Benedictijns leiderschap

Ik had me in een spontane bui opgegeven voor een trainingsdagje voor mijn werk: Spelen met Passie. Er zijn zo van die periodes in je leven dat je wel wat passie op je werk kunt gebruiken. De website was verrassend, de tijd was er, dus ging ik op pad. Eenmaal ter plekke op het prachtige landgoed in Doorn kon ik een workshop uit kiezen. En wat viel er te kiezen? Jawel, een workshop over Benedictijns leiderschap. Na mijn kloosterbezoek en de kerkstoeltjes paste dit mooi in de lijn van dit moment.

Maar wat is Benedictijns leiderschap? 'Rust en regelmaat'  heette het boek dat ik in het klooster gekocht had. Gemaakt door Anselm Grün (abt/manager van het klooster Münsterschwarzach) en Petra Altman (journaliste). 'Rust en regelmaat' zijn twee elementen die in een werksituatie ook niet echt voorradig zijn. De hoofdstukken in het boek spreken voor zich: 'Het ritme van de dag, Innerlijke orde, Rituelen in het dagelijks leven, Rustpunten, Luisteren, Zwijgen, Grenzen stellen en bewaken, Respect voor anderen, Je lichaam in acht nemen, Vasten, Medische Zorg.'

En dan kom je daar bij de workshop. Met zijn allen in een kring en beginnen met geleide meditatie. 'Wat brengt meditatie je?' 'Antwoorden', was mijn antwoord. 'Die antwoorden komen van binnenuit en heb ik niet bedacht.' Twee stoelen verderop zit een echte manager die al multitaskend zijn weg vindt je dan met vraagtekens in zijn ogen aan te kijken. Niemand die in een werksituatie zit te wachten op antwoorden die niet uitgebreid onderzocht zijn. Mediteer ik wel eens dan? Nee, maar ik heb een rustige werkkamer met een geweldig groen en rustgevend uitzicht. Mediteren kan terwijl ik koffie drink.

We gaan kapittelen. Testje van de leider. In het klooster wordt dan een vraag centraal gesteld. De jongste mag als eerste antwoorden, de oudste als laatste. Na ieder antwoord is er een stilte die even lang duurt als het gegeven antwoord. Ik kan jullie verzekeren: als het kapittelen op een bedrijf zou worden toegepast veranderen de antwoorden in razend tempo naar twitterlengte. Geen enkele multitaskende manager kan het geduld opbrengen om vijf minuten te herkauwen op een antwoord.

De workshop had wat mij betreft meer inhoud mogen hebben. In mijn ervaring is het luisteren iets dat veel meer aandacht verdient. Als er een bijeenkomst met meer dan vijf mensen is ben ik meestal degene die niets in brengt: er wordt al zoveel gezegd. En wie is er geïnteresseerd in mijn visie?

Gelukkig is er internet. Heb ik een eigen site. Kan ik Twitteren, Hyven, Bloggen, Facebooken, Yammeren.
Ik kan altijd luisteren, uitpraten, mezelf verbeteren, structureren, nalezen, herkauwen. Geleide meditatie vindt plaats terwijl ik schrijf. Social media zijn volgens mij uitstekend geschikt om de rust en stilte zijn werk te laten doen.

donderdag 27 januari 2011

Mijnheer pastoor

Ons huishouden is dynamisch. Ander woord voor chaotisch of ander woord voor niet af. Als ik me na een dag opruimen tevreden op de bank nestel gaan mijn kinderen een doolhof bouwen voor de cavia van kartonnen dozen, wordt er schooltje gespeeld, een krant gemaakt of drie in de pan gebakken. Of hoor ik me als toeschouwer te gedragen als er een spreekbeurt over Engelse drop wordt geoefend. Met alle mogelijke chaos die je je daarbij kunt voorstellen. 't Is gezellig, creatief, maar opgeruimd...nee...

Daarnaast is de opbouw van een jong bureau zoals Nieuwewegen.eu een behoorlijke tijdsinvestering en niet kosteloos. Sites bouwen kost geld, concerten kosten geld en reizen vraagt tijd. Op dat soort momenten is interieur bijzaak.

Na mijn kloosterweekend liep ik voor de zoveelste keer langs een briefje in de supermarkt: 'Franse kerkstoeltjes te koop'. Ik bellen. Bleken de eigenaren de ouders van onze vroegere oppas te zijn. De stoeltjes waren prachtig en de tafel die we hadden was al twintig jaar eerder als kantoormeubilair afgeschreven. Dit riep om een diepteinvestering.

Mijn man stortte zich op Marktplaats. Daar worden iedere dag minstens honderd tafels op geplaatst. Op zijn ingeplande reisdag voor het ophalen van de tafel kwam er een prachtige tafel voorbij. Frans. Uit een pastorie.
Die was voor ons, geen twijfel mogelijk.

De stoeltjes en de tafel staan prachtig bij elkaar. Eerlijk, oud, al lang afgeschreven maar vol karakter. De sigaren van mijnheer pastoor hebben hun sporen achtergelaten op de tafel. Het is geen tafel, het is een bureau. Een oud bureau voor een jong bureau. Ik geniet.

donderdag 13 januari 2011

Deo Vacare


De Sint-Adelbertabdij in Egmond-Binnen. Deo Vacare, een plaats om ‘vrij te worden voor God’. Een grote nieuwe houten deur, een glimmend computerscherm, een manager en een echte monnik. Ik wist niet wat ik had kunnen verwachten, maar een onverwachte binnenkomst is het wel. Mooi, nieuw, ruim en warm. Met een lift naar de gastenkamers. Eigen douche en toilet. Een klooster toch? Ik hou er blijkbaar nog middeleeuwse denkbeelden op na.

We volgen de gebedsdiensten. Stil is het. In de gang naar de kerk wiegt een touw heen en weer, terwijl de klok nog luidt. Zwarte habijten hangen in een rij aan de kapstok. Van drie verschillende kanten zwieren de monniken binnen. Als kleding de aandacht niet afleidt vallen nuances op. Een wit boordje onder het habijt. Een boerenzakdoek die tevoorschijn gehaald wordt. De lichaamstaal als de gezongen taal niet eigen is. De verschillende tinten van de gezichten van de jongere broeders. Internationaal. En tegelijk Nederlandstalig.

Ze zingen. Om en om en links en rechts zingen ze in een trage simpele melodie. Mijn gedachten houden op. Ik luister zonder te horen. Ik neem waar. Psalmen, afgesloten met steeds dezelfde eerbiedige afsluiting. Zes keer op een dag klinkt dit prachtige mannenkoor, zeven dagen in de week. Als zang niet afleidt vallen nuances op. Die ene prachtige melodie, die zelfgeschreven mis. Die ene monnik die in een ander leven met dirigeren zijn brood zou verdienen.

We eten. Ook in het gastenverblijf ontbijten we in stilte. We geven kaas en boter door zonder dat iemand er om vraagt. Een lichte zucht, een wat langere blik. We begrijpen elkaar en hebben meer niet nodig. Later, als we in de refter met de broeders de maaltijd gebruiken, leest iemand voor. Midden in een zin gaat er een bel en stopt het verhaal abrupt. Als gesprek ontbreekt vallen nuances op. Humor zit hem in kleine dingen. Een broeder die in habijt op zondagochtend met een enorme blauwe AH tas de lift in stapt. Het mobieltje dat ergens vanonder veel zwart vandaan wordt getoverd als je net in gesprek bent.

We geloven. Of niet natuurlijk. Christus is hier zo sterk aanwezig dat niet geloven reacties oproept bij jezelf. Maar het is goed. Er wordt niet meer gevraagd dan respect voor de broeders, die hun huis voor ons openstellen. De rust is voor iedereen heilzaam, het niet spreken opent nieuwe inzichten. Het ontbreken van prikkels geeft rust. De gastenverblijven zijn niet alleen voor eigen geloofsgenoten.

We drinken koffie na de eucharistieviering. De broeder die de contacten met de gasten onderhoudt is bij ons. Hij vertelt wat over de achtergronden van de monniken, over het internationale karakter. Over verbouwingen, internet op de kamers en de abonnementen van kranten. Over familie, over stabilitas, ziekenzorg en over privacy in het gebouw. We praten over toekomst. Waar elders in de wereld veel nieuwe mensen intreden zijn er in dit land weinig mensen die zich geroepen voelen. Maar de deuren staan open. ‘Iedereen mag zich thuis voelen en op adem komen. Er is luisterbereidheid voor wie zijn hart wil uitstorten. En er is een woord van bemoediging en vrede voor allen die zoeken naar de weg in hun leven.’

Deo Vacare. Ik word er stil van.

© 2011 Annelien Bij de Vaate

www.nieuwewegen.eu